Opbouw van het semantisch model van het KOI

Uit ROSA Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Kernmodel Onderwijsinformatie (KOI) biedt als semantisch model een samenhangend begrippenkader opgebouwd uit begrippen, definities en relaties tussen begrippen. De begrippen kunnen op verschillende manieren ingezet worden - het semantisch model doet daar verder geen uitspraken over. Zo wordt er in het KOI bijvoorbeeld geen onderscheid gemaakt tussen domeinobjecten, attributen en waarden uit waardesets. De toewijzing aan een bepaald soort element is contextafhankelijk - voor de ene toepassing kan 'diploma' bijvoorbeeld een domeinobject zijn en voor de andere toepassing een waarde uit een waardeset. Op het niveau van het KOI als semantisch model spelen dit soort overwegingen geen rol. Ook gegevenstypen en de cardinaliteit van relaties worden niet in het semantisch model opgenomen, maar bij het opstellen van het bericht vastgelegd. Dit betreft namelijk implementatiekeuzes die te maken hebben met de vorm waarin bijvoorbeeld gegevens worden uitgewisseld of vastgelegd, en niet met de betekenis die deze gegevens hebben.

Onderdelen van een begrip

De essentie van het semantisch model is dat elk begrip uniek identificeerbaar is. Het idee is dat, in de context van gegevensuitwisseling, voor elementen uit domeinmodellen en berichtspecificaties de mapping op deze unieke identiteiten vastgelegd wordt, waardoor eenduidig vastgesteld kan worden wat de betekenis ervan is. Zo'n identiteit wordt gerepresenteerd door een (verder betekenisloze en onveranderlijke) Unique Resource Identifier (URI).

Een begrip kan op verschillende manieren worden aangeduid. Elk begrip kent één (en slechts één) voorkeursaanduiding - het preflabel - en kan daarnaast nog verschillende alternatieve aanduidingen - of altlabels - hebben. Verschillende begrippen kunnen dezelfde labels gebruiken en daar een andere betekenis aan toekennen. Betekenis en terminologie zijn dus van elkaar gescheiden, in lijn met inzichten uit de Werkgroep AP17.

De voorkeursaanduiding voor een begrip kan door de tijd heen verschillen. Zo was de voorkeursaanduiding voor een hogeronderwijsopleiding in het verleden 'ISAT-code' terwijl nu bij voorkeur gesproken wordt van een 'CROHO-code'. Niettemin is 'ISAT-code' nu nog steeds een alternatieve aanduiding voor hetzelfde begrip.

Naast de aanduiding(en) heeft een begrip ook een definitie, en eventueel een toelichting, Bovendien kan bij een begrip het werkingsgebied vastgelegd worden. Zo heeft het begrip voltijd (als specialisatie van onderwijsvorm, zie ook Relaties tussen begrippen in het KOI) als werkingsgebied PO, VO, BVE en HO en is het werkingsgebied van deeltijd beperkt tot VO, BVE en HO.

Relaties tussen begrippen in het KOI

We onderscheiden verschillende soorten relaties tussen begrippen in het semantisch model van het KOI:

  1. Hiërarchische relaties worden gebruikt tussen begrippen die een bredere respectievelijk engere betekenis hebben ten opzichte van elkaar. Een voorbeeld is de relatie tussen 'Diploma' en het bredere begrip 'Waardedocument'. De relatie tussen dergelijke begrippen wordt vastgelegd als specialisatie, waarbij het engere begrip een specialisatie is van het breder gedefinieerde begrip (en andersom het bredere begrip een generalisatie is van het engere begrip). Deze relatie wordt ook gebruikt om het verband tussen begrippen uit het gezamenlijke KOI en begrippen uit andere semantische bronnen vast te leggen. Zie hieronder.
  2. Niet-hiërarchische relaties worden gebruikt tussen begrippen die op een andere manier aan elkaar gerelateerd zijn. Deze relaties worden getypeerd al naar gelang de aard van de betreffende relatie. Een voorbeeld van een algemeen te gebruiken relatietype, als de aard van de relatie nog onduidelijk is of niet nader gespecificeerd hoeft te worden, is 'is gerelateerd met'.
Relaties in het semantisch model

Het diagram toont de verschillende relaties in een deel van het semantisch model:

  • Het begrip onderwijsovereenkomst is (niet-hiërarchisch) gerelateerd aan opleidingdeelname;
  • Het begrip vooropleiding is afgeleid van het begrip opleidingdeelname, namelijk een opleidingdeelname waarvan de begindatum voor een bepaalde datum ligt;
  • Het begrip afgeronde vooropleiding is daar weer een specialisatie van, namelijk een vooropleiding waarvoor voor een bepaalde datum een waardedocument is behaald of volgens de regels van de opleiding zodanig is afgerond dat de doelen van die opleiding zijn behaald.

Relaties van KOI-begrippen met begrippen in andere domeinen en begrippenkaders: het semantisch landschap van het onderwijs

Het semantisch landschap van het onderwijs, waar het KOI deel van uitmaakt, omvat begrippen relevant voor het onderwijsdomein die zich in uiteenlopende domeinen en sectoren bevinden. Die begrippen zijn via het KOI aan elkaar gerelateerd. Zij kunnen ook gebaseerd zijn op begrippen die elders al zijn gedefinieerd. Denk bijvoorbeeld aan begrippen als 'burgerservicenummer' uit het GBA, 'vestiging' uit NHR en 'adres' uit beide. Waar mogelijk haakt het semantisch landschap aan bij dit soort bestaande begrippenkaders. Belangrijke kandidaten voor begrippenkaders waar het semantisch landschap van het onderwijs bij aanhaakt zijn de verschillende registermodellen rond het stelsel van basisregistraties (waaronder GBA/BRP voor personen, NHR voor rechtspersonen, BAG voor - binnenlandse - adressen). Ook het registermodel van DUO rondom de sectorale registraties kan zo'n begrippenkader zijn.

Als begrippen in het semantisch landschap van het onderwijs verband houden met begrippen in andere begrippenkaders dan zijn onderwijsgerelateerde begrippen altijd specialisaties van de 'externe' begrippen. Het begrip Onderwijsovereenkomst is bijvoorbeeld een specialisatie van het DUO-registerbegrip Onderwijsovereenkomst; het begrip Correspondentieadres (van bijvoorbeeld een onderwijsvolger) een specialisatie van een vastgestelde versie van het GBA-begrip Verblijfsplaats. Hierdoor ontstaat een zekere mate van robuustheid van het semantisch model tegen wijzigingen in externe begrippenkaders, terwijl tegelijkertijd de verbinding met die begrippen duidelijk is.

Externe begrippen kunnen binnen de onderwijscontext verder verfijnd worden, bijvoorbeeld om een enge definitie te verruimen of een extern begrip in atomaire onderdelen op te splitsen.

Voorbeelden van verfijningen van begrippen uit andere begrippenkaders

Verruimen van een definitie: in het DUO registermodel is een onderwijsvolger gedefinieerd als 'Een natuurlijk persoon die een opleiding volgt of heeft gevolgd'. In het semantisch model willen we die definitie verruimen om, bijvoorbeeld in het kader van in- en uitschrijven, ook personen die een opleiding gaan volgen onder het begrip te kunnen scharen: 'Een natuurlijk persoon die een opleiding volgt, heeft gevolgd of gaat volgen'. Hiertoe nemen we twee begrippen op: het begrip Registeronderwijsvolger met de definitie uit het DUO registermodel, en het begrip Onderwijsvolger met de bredere definitie. Registeronderwijsvolger wordt vastgelegd als specialisatie van zowel het DUO-begrip Onderwijsvolger als het eigen begrip Onderwijsvolger, en vormt zo de brug tussen de twee begrippenkaders.

Verruimen van een definitie.png

Opsplitsen in atomaire onderdelen: In het DUO-registermodel is het begrip Onderwijs in vorm opgenomen. Dit begrip kan worden opgesplitst in de onderdelen Opleiding en Opleidingsvorm waarbij Onderwijs in vorm wordt opgenomen als specialisatie van het DUO-begrip Onderwijs in vorm, en als afgeleide van de atomaire begrippen Opleiding en Onderwijsvorm.

Opsplitsen in atomaire onderdelen.png

Zie ook