Informatievoorziening in het PO

Uit ROSA Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemeen

In het primair onderwijs wordt de basis gelegd voor lezen, schrijven, wereldoriëntatie, en het verwerken van informatie. Scholen in het primair onderwijs zijn veel kleiner dan in het voortgezet onderwijs. Wel is een belangrijke trend dat scholen samen hetzelfde gebouw delen, en op bepaalde onderdelen samenwerken. Het primair onderwijs telt ongeveer 7500 scholen. Gemiddeld heeft een school 220 leerlingen.

Leermiddelen en ICT in het onderwijs

Leerlingen PO.jpg

In het primair onderwijs krijgen leerlingen les met behulp van digitaal lesmateriaal. In de hogere groepen leren leerlingen ook met Word, Powerpoint en Internet om te gaan. Over het ontwikkelen van open leermiddelen zijn de meningen verdeeld. Op sommige scholen wordt actief gewerkt aan kennisdelen, en veel hangt ook af van het enthousiasme van de leraren. Docenten zijn traditioneel gewend om te werken met kant en klare methodes, maar met de komst van educatieve software en materiaal op websites als kennisnet.nl worden ze steeds meer arrangeur.

Voor ICT en innovatie is Kennisnet een belangrijke partner. Kennisnet biedt zelf digitaal lesmateriaal aan op Kennisnet.nl, waarvan bijzonder veel gebruik wordt gemaakt. Daarnaast werkt Kennisnet aan de Wikiwijs, een portal voor open lesmateriaal. Ook commerciële partijen bieden hun diensten aan in het Primair Onderwijs.

Administratie en monitoring

Scholen moeten verplicht gegevens uitwisselen met BRON. Alle scholen gebruiken hier een administratiesysteem voor dat de koppeling met BRON ook kan maken. Deze systemen maken het voor leerkrachten mogelijk om steeds meer zelf hun administratie bij te houden.

Er wordt steeds meer digitaal getoetst. Een veel gebruikt systeem is CITO LOVS. Met behulp van dit systeem, en het bijhouden van resultaten in administratiesystemen als ESIS en Parnassys kunnen docenten trendanalyses uitvoeren en zo specifiek sturen op betere leerprestaties. Een aantal scholen is hier al heel ver mee, maar veel scholen blijven hier toch in achter. Ze maken weinig gebruik van de gegevens die ze tot hun beschikking hebben. Het management is zich vaak niet bewust van de mogelijkheden, en veel docenten zijn ook niet al te happig op uitgebreide statistische gegevens van hun leerlingen of de klas in zijn geheel. Docenten hebben ook vaak te weinig vaardigheden om gegevens te kunnen interpreteren. De gebruikersgroep van deze administratieve systemen wordt trouwens steeds groter. Was het eerst alleen de directeur of de administratief medewerker die het systeem gebruikte, nu werken leerkrachten, conciërges, intern begeleiders en klassenassistenten ook met dit systeem.

Informatiemanagement

De invulling van de rol van de CIO in het Primair Onderwijs verschilt per school. De ICT-coördinator, zelf docent, vult een grote rol in het vormgeven van het ICT-beleid. De ICT-coördinator heeft over het algemeen een goede kennis van zowel technologie als de mogelijkheid om ICT in te zetten in het primair en secundair onderwijsproces. Hiervoor is een goede ondersteuning vanuit het management belangrijk. Voor de schooldirecteur is het belangrijk een goed overzicht te houden over de prestaties van docenten, klassen en leerlingen. Daar kan hij zijn beleid op aanpassen.

Op een basisschool is het financieel niet mogelijk om een fulltime CIO aan te stellen. Wel is het goed als er een persoon is die de verantwoordelijkheden van een informatiemanager heeft. Het moet iemand zijn die de vragen vanuit docenten, leerlingen, en ouders kan vertalen naar oplossingen waar ICT een belangrijke rol in speelt. Of het nu gaat over een elektronische leeromgeving, het verantwoorden van cijfers naar de ouders, of een beter leerlingvolgsysteem. De directeur of een ICT-coördinator zouden die rol op zich kunnen nemen. Belangrijk is dan wel dat ze tijd, kennis, expertise, en ook voldoende mandaat en middelen hebben om hun werk uit te voeren. Een directeur zonder verstand van ICT, of een ICT-coördinator die niet de macht heeft om bepaalde beslissingen te nemen of te weinig tijd heeft om zijn of haar taak uit te voeren is geen goede CIO. Daarnaast moeten zowel bestuur als de docenten bereid zijn om ruimte te geven aan een CIO. Het voordeel van een CIO is dat deze ook kan worden aangesproken op het beleid en de behaalde resultaten.