Informatievoorziening in het MBO

Uit ROSA Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Algemeen

Leerlingen BVE.jpg


Een ROC heeft gemiddeld 8300 leerlingen. De meeste mbo-opleidingen zoals bouw, techniek, zorg, sociale beroepen, economische beroepen worden gegeven op Regionale Opleidingencentra (roc's). Deze opleidingen vallen onder het Ministerie van OCW. Groene opleidingen worden gegeven op Agrarische Opleidingscentra of aoc's . Deze vallen onder het Ministerie van LNV, nu het ministerie van Innovatie, Landbouw, en Economische Zaken. Daarnaast zijn er vakinstellingen; zij verzorgen mbo-opleidingen in één branche (bijvoorbeeld grafische vormgeving). Behalve instellingen bekostigd door een van de ministeries, zijn er ook nog talloze particuliere opleidingsinstituten die erkende MBO-diploma's mogen afgeven. Het middelbaar beroepsonderwijs heeft zestig instellingen die bekostigd worden door het ministerie van OCW.

Het MBO kent geen Centraal Examen zoals bij het voortgezet onderwijs. De inhoud van de opleidingen is landelijk bepaald (of in eindtermen of in competenties) maar iedere onderwijsinstelling bepaalt zelf de wijze waarop dit wordt geëxamineerd, dit kan met behulp van eigen ontwikkelde toetsen, of examens van landelijke organisaties. Om te voorkomen dat dit tot grote verschillen in eindniveau leidt, ziet de Inspectie van het Onderwijs toe op de onderwijsprogrammering en examinering.

Leermiddelen en ICT in het onderwijs

Van de leraren in het MBO ontwikkelt 40% zelf digitaal lesmateriaal. 18% is dit van plan, en 42% doet het niet en is het ook niet van plan. Het percentage dat digitaal lesmateriaal ontwikkelt is ongeveer even hoog als in het voortgezet onderwijs (35%) en twee keer zo hoog als in het basisonderwijs (21%).

Administratie en monitoring

Vanwege de complexe structuur van het MBO, met vier niveaus, en het feit dat veel ROC’s ook opleidingen voor bedrijven en inburgeringcursussen aanbieden, is de administratie een zeer complex geheel. De ROC’s zijn bovendien gefuseerde instellingen die nog altijd te kampen hebben met een erfenis uit het verleden: gefragmenteerde administratieve onderdelen die qua systemen en standaarden lang niet altijd op elkaar zijn aangesloten. Op dit moment wordt er in samenwerking met saMBO~ICT een nieuw registratiesysteem ontworpen dat gebaseerd is op Triple A standaarden. Triple A Ontwerp en Onderzoek heeft tot doel om gezamenlijk functionele ontwerpen uit te werken voor de ICT-ondersteuning van de onderwijs-processen. Uiteindelijk zullen twaalf tot vijftien ROC’s dit systeem gaan gebruiken. Triple A wordt dan gebruikt als referentiearchitectuur die doorvertaald wordt naar de organisatie.

ROC’s moeten informatie naar OCW terugleveren voor de bekostiging. De laatste jaren is er een trend te zien dat ROC’s steeds meer informatie moeten opleveren, bijvoorbeeld over Voortijdig Schoolverlaten. Dit zorgt voor extra administratieve belasting. Daarnaast willen gemeentes informatie over het succes van inburgeringcursussen en taalcursussen, en bedrijven over het succes van opleidingen waar zij in investeren. Om al deze informatiestromen goed in kaart te brengen is het nodig dat de administratie meer gestroomlijnd wordt dan tot nu toe vaak het geval is.

Informatiemanagement

De rol van de ICT-bedrijfsvoering binnen het MBO is overal verschillend georganiseerd. Lang niet overal is er een specifieke informatiemanagement-functie. Dit heeft gedeeltelijk te maken met het fusieproces. Meer dan tien jaar geleden zijn veel mbo-opleidingen gefuseerd tot Regionale Opleidingscentra. Sommige ROC’s zijn al heel ver met de centralisering, anderen zitten er nog middenin. Bij elke ROC is en was het een worsteling om de informatiehuishouding op orde te brengen. Knelpunten in het primaire proces zijn de grote hoeveelheid applicaties die overal draaien. Er is veel legacy binnen de ROC’s: oude software en applicaties die niet goed op elkaar aansluiten. Door de gespecialiseerde opleidingen en het feit dat de docent vaak bepaalt welke software er draait, is onderwijssoftware een enorme kostenpost en worden er vaak verschillende pakketten voor dezelfde doelstelling gebruikt. Bij de uitvoering van ICT-beleid zijn teammanagers of onderwijsdirecteuren de schakel tussen het beleid en de docent. Maar omdat de teammanager vaak te druk is met uitvoerende taken, heeft hij of zij vaak weinig overzicht wat er speelt op ICT-gebied. Dat belemmert het vormen van een visie en sturing op het primair proces.

De communicatie tussen het onderwijs en de IT-afdeling is vaak niet goed. Dat is paradoxaal, omdat de IT-afdeling zich in veel gevallen heeft geprofessionaliseerd en best-practices gebruikt, zoals ITIL. Er worden verschillende protocollen gebruikt om alles zo soepel mogelijk te laten verlopen. Maar omdat in het onderwijs de zaken veel meer ad hoc geregeld zijn, begrijpen docenten de protocollen niet, en kunnen ze niet snel ‘even wat regelen’. Dit zorgt voor onderlinge frustratie. Een gedeelte van de ROC’s, vooral de kleinere, werkt met een ad hoc IT beleid. Dit kan goed werken als de school niet te groot is, en de informele contacten goed zijn. Op 40-50% is de IT-voorziening goed geregeld, vaak op ITIL basis, maar is het primaire proces hier niet goed op aangesloten. Bij 30-40% van de ROC’s weten ook de docenten hoe ze hun IT-vragen kunnen laten aansluiten op het aanbod vanuit de IT. Een CIO zou moeten vallen onder het College van Bestuur, maar dit is niet altijd het geval. Soms is de informatiemanager onderdeel van het Shared Service Center. Zonder mandaat kan de CIO relatief weinig doen.

Voor ROC’s zou het goed zijn als de CIO meer draagvlak krijgt. Informatiemanagement is pas effectief als degene die er verantwoordelijk voor is ook daadwerkelijk het beleid kan uitvoeren.