Informatievoorziening in het HO

Uit ROSA Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Overkoepelende samenwerking in het hoger onderwijs

In het hoger onderwijs is Surf is die zich bezighoudt met ICT en innovatie. Het werd in de jaren tachtig opgericht door de gezamenlijke Nederlandse universiteiten, de HBO-raad en de onderzoeksinstellingen. Doordat de partijen die bij Surf zijn aangesloten (Universiteiten, Hogescholen) contributie betalen, hebben ze er alle belang bij dat het geld goed besteed wordt. Surf organiseert regelmatig tenders, waar onderwijsinstellingen zich voor kunnen inschrijven. Tussen hogescholen en universiteiten is er regelmatig overleg over het informatiebeleid. Op het gebied van digitaal leren wordt direct gebruik gemaakt van de expertise van Surf. Het CIO-beraad, het COMIT en de KAIWO, en CWDUR bespreken zaken die gaan over ICT faciliteiten, het rekencentrum, en de digitale infrastructuur.

  • Het CIO-beraad vertegenwoordigt bestaat uit CIO’s van universiteiten en hogescholen.
  • COMIT staat voor: Coördinerend Overleg Informatie Technologie.
  • KAAIWO staat voor: Kontaktgroep Administratieve Automatisering Instellingen voor Wetenschappelijk Onderwijs (sinds 1967)
  • CvDUR: het netwerk van directeuren van rekencentra van Nederlandse universiteiten.

Het Hoger Beroepsonderwijs (HBO)

Leerlingen HO.jpg

Er zijn totaal 36 HBO’s in Nederland met gemiddeld 11000 leerlingen. In het HBO heeft een omslag plaatsgevonden naar competentiegericht onderwijs. In tegenstelling tot universiteiten, is het HBO vooral gericht op de beroepsgerichte praktijk. Nieuw in het HBO zijn de lectoraten en kenniskringen. Sinds 2001 zijn lectoren in het HBO gestart. Ze hebben de opdracht om kennis te ontwikkelen en onderzoek te doen, waarbij de interactie met de beroepspraktijk belangrijk is. Lectoren zijn gepromoveerde docenten met een kenniskring onder zich, die doet denken aan de structuur waarbij hoogleraren een vakgroep onder zich hebben.

ICT-competenties en leren met ICT

Het competentiegericht-onderwijs is in principe een zeer goed idee, vanzelfsprekend zelfs, zegt Frans Jacobs, die op dit onderwerp promoveert. Het HBO staat immers volop in de verbinding met de praktijk, dus die competenties zijn hard nodig. De vraag is hoe deze competenties gedefinieerd worden m.b.t. ICT. Je moet weten wat er gebeurt in de maatschappij, en daar de competenties op aanpassen. Er is weliswaar aandacht voor ICT, maar dit is volgens hem te weinig uitgewerkt in de competentieomschrijvingen. Mediadocent Indira Reynaert pleit voor een kritische blik op ICT bij HBO-docenten.

Administratie en monitoring

De laatste jaren is er veel aandacht gekomen voor evaluatie, monitoring, en benchmarking. Niet iedereen is hier even enthousiast over. Sommigen menen dat hierdoor het primaire onderwijsproces in gevaar komt. Docenten zouden zo druk zijn met het registreren van hun werkzaamheden en het organiseren van allerlei evaluaties, dat ze minder toekomen aan het lesgeven zelf en het contact met hun studenten. Los daarvan zijn informatiemanagers en docenten het erover eens dat de administratieve keten beter en strakker georganiseerd kan worden. Bij frustratie over niet goed op elkaar aansluitende systemen en ondoorzichtige roosters is niemand gebaat. Het doel is om de administratieve last minder te maken zodat docenten meer tijd hebben voor het primaire proces: lesgeven. Als systemen beter aan elkaar gekoppeld worden, kan informatie hergebruikt worden. Dit moet leiden tot minder overbodig werk.

De CIO-rol

Uit onderzoek van Rolf Bruins van het lectoraat ‘ICT en Onderwijsinnovatie’ van Windesheim, blijkt dat de IT-governance niet altijd even consequent geregeld is. In de praktijk hebben instellingen op het HBO meerdere methoden om mee te werken. Ook blijkt dat de CIO vaak geen formele macht heeft, omdat de formele functie zonder lijnmacht wordt gedelegeerd. CIO’s zitten vaak in de spagaat tussen de aanbodkant van de IT en de vraagkant van het onderwijs. Rolf Bruins stelt dat affiniteit van de bestuurders cruciaal is voor een goede IT goverancne. Er moet een goede dialoog zijn tussen de vraag vanuit het onderwijs en het aanbod vanuit de ICT. De ICT is vaak procesgedreven; de efficiëntie van het proces staat centraal. CIO’s zouden graag willen dat de business (docenten en studenten) meer centraal zou komen te staan. Het instellen van een formele CIO-functie met de bijbehorende verantwoordelijkheid zou helpen om het informatiebeleid beter uit te voeren.

Het Wetenschappelijk Onderwijs

Nederland kent 12 universiteiten met gemiddeld bijna 19.000 studenten. Naast veel ‘algemene’ universiteiten, kent Nederland drie technische universiteiten, een universiteit voor Humanistiek, en een aantal kleine theologische opleidingen. De laatste jaren wordt er sterk de nadruk gelegd op internationalisering en excellente opleidingen. De Nederlandse universiteiten worden vertegenwoordigd door de VSNU.

Leermiddelen en ICT in het onderwijs

Ook in het Wetenschappelijk Onderwijs wordt er volop gebruik gemaakt van Elektronische Leeromgevingen, zoals Blackboard. Microsoft Office is vrijwel overal het meest gebruikte pakket voor tekstverwerking, dataverwerking en presentaties. Op een aantal universiteiten krijgen studenten ook de mogelijkheden zich te trainen in het gebruik van de geavanceerde functies van het Officepakket. In sommige gevallen worden ze daar ook op getoetst. Daarnaast krijgen veel letterenstudenten ook training in het ontwerpen websites. Het hangt sterk van de studie af welke specialistische software verder gebruikt wordt.

Als er nieuwe pakketten moeten worden aangeschaft, of als er updates moeten komen van specialistische software, moet de aanvraag worden goedgekeurd door een Facultaire Informatiemanager, die dit indien nodig bespreekt met de CIO. De uitrol van de software (het installeren en configureren) is de verantwoordelijkheid van het ICT-servicecentrum. Experts testen de software op bruikbaarheid, vanwege de complexiteit van de programma’s. Een programma om Italiaanse spelling te trainen kan niet door een willekeurige ICT-medewerker worden getest. Daarnaast spelen er ook logistieke elementen mee. Soms hebben studenten koptelefoons of andere hardware nodig. Dit moet ook georganiseerd worden, bijvoorbeeld door medewerkers van een studentenbalie op locatie.

Administratie en monitoring

Er wordt veel energie gestoken in digitale toetsing. Met de inzet van ICT kan toetsing efficiënter geregeld worden, en kan de werkdruk van docenten worden verminderd. Dit kan bijvoorbeeld door het aanleggen van databanken met toetsvragen, en ook door middelen van het faciliteren van peer review. Feedback geven (met behulp van ICT) bevordert ook het leerproces van studenten. Nederland is overzichtelijk, dus veel ICT toepassingen kunnen landelijk ontwikkeld worden, zoals voor toetsvragen. Dit leidt tot een efficiencyslag, maar biedt ook mogelijkheden om kennis te delen. Door een databank met toetsvragen te ontwikkelen, kunnen docenten elkaar helpen, aanvullen en aanscherpen.

De CIO-rol

De CIO-functie valt over het algemeen onder het College van Bestuur. Daar onder valt de staf, en één daarvan is de CIO, de directeur informatiemanagement. De CIO houdt het overzicht over de richting, inrichting en uitvoering van het informatiebeleid. De primaire bedrijfsprocessen, de informatievragen, en het ICT-aanbod moeten zo goed mogelijk op elkaar worden aangesloten. Een goede informatiearchitectuur is daarom cruciaal. De primaire taak van de universiteit is het overbrengen van kennis en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. De informatievoorziening en ICT-faciliteiten moeten dit zo goed mogelijk ondersteunen. De CIO gaat over alle informatiestromen. In de praktijk is het stroomlijnen van vraag en aanbod een ingewikkeld proces. De overleggen die Surf faciliteert, zoals het CIO-beraad, zijn uitermate nuttig om ervaringen uit te wisselen en de basis te leggen voor samenwerking.

Een duidelijke meerwaarde van de belegging van de CIO-functie onder het college van bestuur is dat de CIO ook formeel verantwoordelijk is voor het informatiemanagement, en zo effectief kan sturen op een goede verbinding tussen de vraagkant van het onderwijs en de aanbodkant vanuit de ICT. Als de verschillende faculteiten ook hun eigen informatiemanager hebben, heeft de CIO goed overzicht over de wensen, uitdagingen en knelpunten die universiteitsbreed leven.