Evolutie van het semantisch model

Uit ROSA Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De momenten van uitbreiding

Wanneer tijdens de uitwerking van een domeinmodel of berichtspecificatie begrippen of relaties worden gebruikt die nog niet in het semantisch model zijn opgenomen, zullen deze moeten worden toegevoegd. Het model moet blijven aansluiten bij de werkelijkheid. Vanuit domeinmodellen zijn dat de ontbrekende domeinobjecten en relaties; vanuit de specificaties zijn dat ontbrekende objecten, relaties, attributen en waardesets die gebruikt worden voor de berichtspecificatie.

Er zijn echter al bestaande berichtuitwisselingen en afspraken die niet volgens de methode KOI tot stand zijn gekomen. Ook voor deze berichten en afspraken is de wens om eenduidigheid te hebben in de betekenis van uit te wisselen gegevens en het hergebruiken van de begrippen die zijn gebruikt om tot nieuwe berichtuitwisselingen te komen. De begrippen in deze berichtuitwisselingen en afspraken kunnen daartoe ook opgenomen worden in het (gezamenlijk) begrippenkader, c.q. het OBK.

Soorten begrippen

Het semantisch model is opgebouwd in een 'schillenstructuur'. Het hart van het semantisch model wordt gevormd door kernbegrippen, zoals onderwijsvolger, ouder, correspondentieadres, onderwijsovereenkomst of opleidingdeelname. Deze begrippen kunnen aangevuld worden met begrippen die in een schil rond de kernbegrippen liggen. (Aanmeld)procedures die betrekking hebben op deze schil kunnen soepeler zijn dan procedures rondom de kernbegrippen (zie ook [[#De aanmeldprocedure van EduStandaard|De aanmeldprocedure van EduStandaard)), waarmee een balans ontstaat tussen snelheid waar het kan en robuustheid waar het moet.

In de schil komen bijvoorbeeld afgeleide begrippen voor. Een afgeleid begrip is een nieuw begrip dat ontstaat door combinatie en/of verwerking van andere (primaire of afgeleide) begrippen uit het semantisch model. Voorbeelden van afgeleide begrippen zijn aantal diplomaniveaus (afgeleid van diplomaniveau), woonadres ouder 1 (afgeleid van woonadres en ouder) en vooropleiding (afgeleid van onderwijsdeelname). Bij een afgeleid begrip wordt, naast de hierboven beschreven onderdelen, als extra onderdeel een beschrijving van de afleidingsregel opgenomen. Vanuit het afgeleide begrip wordt de relatie afgeleid van naar de onderliggende begrippen opgenomen. Afgeleide begrippen kunnen ook specialisaties zijn van andere afgeleide begrippen, bijvoorbeeld afgeronde vooropleiding is een specialisatie van vooropleiding. Daarbij is het heel wel mogelijk dat bepaalde afgeleide begrippen dezelfde procedure volgen als de kernbegrippen, en daarmee dus een afgeleid kernbegrip worden dat onderdeel uitmaakt van het hart van het semantisch model.

Soorten begrippen

Procedureel:

  • Kernbegrippen: begrippen die de HARD-procedure doorlopen hebben en die daardoor een breed afgestemde en breed gedragen betekenis hebben. Vormen het hart van het semantisch model.
  • Aanvullende begrippen: begrippen die in een schil om de kernbegrippen heen liggen, en waarvoor de HARD-procedure niet gevolgd is.

Inhoudelijk:

  • Basisbegrippen: kernbegrippen of aanvullende begrippen die op zichzelf staan
  • Afgeleide begrippen: kernbegrippen of aanvullende begrippen die ontstaan door combinatie en/of verwerking van andere (basis- of afgeleide) begrippen.

De aanmeldprocedure van EduStandaard

Het semantisch model is een hulpmiddel om tot een voor de betrokken partijen gemeenschappelijke informatiehuishouding te komen. Die gemeenschappelijkheid vereist dat het uitbreiden van het semantisch model gecontroleerd verloopt. Alle begrippen die opgenomen gaan worden in het OnderwijsBegrippenKader volgen de aanmeldprocedure van EduStandaard om ervoor zorgen dat het draagvlak voor de begrippen groot genoeg is.

De werkgroep OBK beoordeelt de aangemelde begrippen en bij goedvinden wordt er een positief advies gegeven aan de StandaardisatieRaad. De raad besluit of de begrippen definitief in het OBK opgenomen worden. Het proces wordt afgerond met de toevoeging van de begrippen in het OnderwijsBegrippenKader.

De begrippen moeten volgens de aanmeldprocedure aan diverse criteria voldoen, zoals draagvlak en toetsing bij experts. Deze criteria vergroten de kwaliteit van de begrippen en zijn met name gericht op de samenhang met andere begrippen in het semantisch model waardoor ze beter in de praktijk kunnen worden gebruikt. Daarnaast moeten aanvullende gegevens bij de begrippen worden vastgelegd, zoals mogelijke contexten (referentiekaders) van het begrip, typeringen en de aanmelder.

EduStandaard faciliteert de ondersteuning voor het juist indienen van de begrippen. Hiervoor worden principes opgesteld hoe om te gaan met bepaalde situaties. Wat te doen met bijvoorbeeld aanduidingen met daarin de woorden 'soort' of 'aantal', afgeleide begrippen en typen relaties.

Het H.A.R.D.-principe

De evolutie van het semantisch model wordt nauwkeurig begeleid aan de hand van de volgende principes:

Harmoniseren

Harmoniseren is het nagaan van de overeenkomsten van een in te dienen begrip en de al bestaande begrippen in het semantisch model. Harmoniseren gaat wildgroei tegen, omdat gekeken wordt of het begrip al aanwezig is of dat een bestaand begrip er veel op lijkt en de definities van beide begrippen scherper gesteld kunnen worden om het onderscheid aan te geven.

Atomiseren

Atomiseren is het uit elkaar trekken van een begrip dat eigenlijk twee betekenissen heeft. Door er twee aparte begrippen van te maken wordt dubbelzinnigheid voorkomen en wordt het harmoniseren, relateren en definiëren vergemakkelijkt.

Relateren

Nieuwe begrippen moeten gerelateerd worden aan de bestaande begrippen. Relaties helpen bij het vinden van gerelateerde begrippen die mogelijk ook relevant zijn en relaties geven de context en daarmee een bijkomende invulling van de betekenis naast de definitie. Als een nieuw begrip aan het semantisch model moet worden toegevoegd zonder dat er een directe relatie bestaat met bestaande begrippen uit het semantisch model, dan moeten aanvullende begrippen die de relatie wel mogelijk maken meegenomen worden worden in het aanmeldproces.

Definiëren

Tijdens harmoniseren kan de aanleiding komen om twee bijna gelijke begrippen concreter te definiëren om het onderscheid duidelijker te maken. En bij atomiseren kan blijken dat een definitie dubbelzinnig is en moet het begrip opgedeeld worden. Het goed definiëren van begrippen helpt bij de juiste manier van het gebruik van de begrippen en het begrijpen wat er precies wordt uitgewisseld.

Ontwikkeling van het begrippenkader door de tijd heen

Het semantisch model vormt een levend geheel. Door de tijd heen komen er nieuwe begrippen bij, verandert het gebruik van bestaande begrippen, kunnen de voorkeurs- en/of alternatieve aanduiding van een begrip veranderen, en zullen begrippen verouderen en soms ook elkaar opvolgen. Door metadata bij een begrip op te nemen, kan de status van het begrip meegenomen worden in het gebruik van het semantisch model. Die metadata geeft bijvoorbeeld aan:

  • Of een begrip actueel is of verouderd;
  • Welke begrippen, in een reeks van opeenvolgende begrippen, het voorgaande en opvolgende begrip zijn en wat het laatste, meest actuele begrip in de reeks is, bijvoorbeeld Lagere schoolBasisschool;
  • Voor welke context de status geldt. Een begrip kan bijvoorbeeld in de ene onderwijssector verouderd zijn en in de andere nog actief gebruikt worden.

Dergelijke metadata kan ook opgenomen worden bij waardensets of vocabulaires, waardoor een vorm van versiebeheer kan worden ingericht. Belangrijk daarbij is dat verouderde begrippen en vocabulaires slechts worden gemarkeerd als 'verouderd' maar nooit worden verwijderd. Wanneer een begrip immers in het verleden gebruikt werd in gegevensuitwisseling of rapportage, blijft de betekenis van dat begrip in de historische context relevant.

Zie ook