Edukoppeling bus-topologie

Uit ROSA Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Deze pagina is vastgesteld door Informatiekamer, op 12 juni 2015.

De keuze voor een bepaalde topologie moet passen binnen de kaders van de geldende architectuurprincipes. Vanuit SION zijn in dit verband de volgende principes relevant:

Het streven naar gemeenschappelijkheid in informatiehuishouding sluit een point-to-point-topologie uit. In die topologie is immers geen sprake van gezamenlijkheid, maar van een hoge mate van individuele afstemming.
Met 'koppelen' wordt bedoeld het op elkaar aan laten sluiten van de ketenpartijen. Niet kantelen impliceert een expliciete keuze om verantwoordelijkheden daar te laten waar ze nu reeds belegd zijn. Onderwijsinstellingen blijven daarmee verantwoordelijk voor hun eigen (proces)inrichting. Dit principe sluit een hub-and-spoke-topologie uit, omdat de hub in die topologie een centrale autoriteit met eigen verantwoordelijkheden vereist.
NORA voorziet een stelsel van aan elkaar gekoppelde servicebussen. Grofweg bestaat zo´n stelsel uit een of meer interne servicebussen per (overheids)organisatie, een sectorale servicebus per overheidssector, en een overheidsbrede servicebus namelijk Digikoppeling.

In tegenstelling tot point-to-point en hub-and-spoke, past de bus-topologie binnen de kaders van de SION-principes. Bovendien past de inrichting van een gemeenschappelijke Edukoppeling ook binnen de bredere kaders van NORA en de e-overheid, en past de gelaagdheid van het in NORA voorziene stelsel van gekoppelde servicebussen goed op het onderwijsdomein:

  • Gegevensuitwisseling tussen overheidspartijen (waaronder OCW/DUO) vindt plaats via Digikoppeling;
  • Gegevensuitwisseling tussen partijen in het onderwijsdomein (waaronder OCW/DUO en onderwijsinstellingen) vindt plaats via Edukoppeling;
  • De wijze waarop gegevensuitwisseling binnen organisaties in het onderwijsdomein plaatsvindt, is een inrichtingsvraagstuk voor de desbetreffende organisatie. Dit hoeft niet een onderwijsinstelling te zijn: voor bepaalde processen in de keten kan die vertegenwoordigd zijn door een intermediair. Ook sectorale samenwerkingsverbanden, zijn als één organisatie te beschouwen. De organisatie kan kiezen om, in lijn met NORA, voor interne gegevensuitwisseling gebruik te maken van een of meer interne servicebussen.

Onderstaande figuur illustreert deze gelaagde structuur van gegevensuitwisseling in het onderwijsdomein, met

  1. een intermediair die een loketfunctie vervult richting bij die intermediair aangesloten onderwijsinstellingen;
  2. OCW/DUO die een loketfunctie vervult richting Digikoppeling, in het bijzonder voor het stelsel van basisregistraties;
  3. een sectoraal loket dat een loketfunctie vervult richting een ander-sectorale bus, en
  4. overslagpunten die het mogelijk maken vanuit het onderwijsdomein rechtstreeks gegevens uit te wisselen met partijen die aangesloten zijn op Digikoppeling of op ander-sectorale servicebussen.
Gelaagde gegevensuitwisseling in het onderwijsdomein

Zie ook