Over de PETRA

Uit PETRA Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Hoofdpagina


Inhoud


Waarom PETRA?

Technologische veranderingen gaan snel. Burgers en bedrijven zijn steeds meer gewend om zaken digitaal te regelen, op het werk en ook thuis. Plaats en tijd onafhankelijk werken en daarbij overheidsdiensten aanvragen wordt steeds meer als vanzelfsprekend gezien. Mensen gebruiken digitale netwerken om kennis te delen en contacten te leggen. Ook wijzigingen in wet- en regelgeving leiden vaak tot andere vormen van dienstverlening, die in ketensamenwerking tussen verschillende overheidspartijen tot stand komen.

Van de overheid wordt verwacht in deze en toekomstige ontwikkelingen mee te gaan. Zij moet snel, maar toch zorgvuldig op deze maatschappelijke, bestuurlijke en technologische veranderingen kunnen inspelen. Om dit adequaat te doen moet een organisatie snel de impact van een verandering kunnen bepalen om vervolgens succesvol een veranderingstraject in gang te zetten.

Architectuur is het aangewezen middel om dit te kunnen doen. Hierin wordt weergegeven hoe een organisatie wordt beleefd, welke structuren de organisatie kent en volgens welke constructie de organisatie is opgebouwd. De architectuur van een organisatie geeft de samenhang weer van de bedrijfsinrichting, de informatiehuishouding en de onderliggende ICT-infrastructuur. Hierdoor kunnen de effecten van een verandering vanuit verschillende perspectieven inzichtelijk worden gemaakt. Om in ketens te kunnen samenwerken dienen organisaties elkaars architectuur te verstaan en op basis daarvan op elkaars processen, informatiestromen en technieken aan te sluiten: werken onder architectuur.

Maatschappelijke veranderingen voltrekken zich steeds sneller. Van organisaties wordt verwacht dat deze zich snel aan de wijzigende omstandigheden in de omgeving kunnen aanpassen. Dit vraagt om een organisatie die flexibel is. De Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA) richt zich vooral op de samenwerkingsrelatie tussen overheidsorganisaties en functioneert als het interoperabiliteitsraamwerk van de Nederlandse Overheid. De NORA omvat een stelsel van principes, die als handvat dienen voor samenwerkingsrelaties.

Omdat de provincies vergelijkbare bedrijfsdoelen hebben en vanuit een zelfde context opereren (en daardoor ook van elkaars sterke punten kunnen leren) geeft een gemeenschappelijk opgebouwde architectuur veel toepassingsmogelijkheden. In dit document wordt deze Provinciale EnTerprise Referentie Architectuur (PETRA) beschreven. PETRA kan als richtlijn worden gebruikt, zowel om de eigen provincie op te bouwen, als om gemeenschappelijk ontwikkelingen te herkennen, te benoemen en vorm te geven.

PETRA beoogt een generieke provinciale referentiearchitectuur te zijn, dusdanig dat:

  • alle provincies zich er in herkennen,
  • alle provincies die kunnen toepassen binnen hun organisatie,
  • alle provincies zich eraan committeren bij gemeenschappelijke ontwikkelingen,
  • alle provincies participeren in het doorontwikkelen van werken onder architectuur.


PETRA sluit nauw aan bij de Nederlandse Overheids Referentie Architectuur. Iedere provincie heeft en behoudt haar “eigenheid”. Het gekozen bestuur legt in het collegeakkoord de richting voor een aantal jaren vast. PETRA is dus niet dé enterprise architectuur voor een individuele provincie, maar naast PETRA moeten provincies aanvullend een eigen enterprise architectuur ontwikkelen omdat:

  • de visie, missie, doelen en strategie “provincie-eigen” is en invloed heeft op alle lagen van de architectuur.
  • principes van de PETRA moeten worden aangevuld en afgestemd met principes, die niet door de PETRA geraakt worden. Denk hierbij aan principes over de organieke structuur, financiën, cultuur, kennis etc.


Iedere provincie wil van individuele inspanning komen tot sturing op integrale samenhang. Hiervoor is het nodig, dat zij handvatten heeft vanuit de NORA op overheidsniveau, vanuit de PETRA om gezamenlijk te doen wat kan, en vanuit haar eigen enterprise architectuur om haar “eigenheid” en bestuurlijke keuzes te garanderen.


Context Provincies

De provincie onderscheidt zich van de andere bestuurslagen doordat ze als middenbestuur diensten levert voor gebiedsontwikkeling, infrastructuur en de fysieke leefomgeving op bovenregionaal niveau. Doelgroepen zijn vooral complexe bedrijven, maatschappelijke instellingen en medeoverheden op lokaal niveau. Burgers zijn in veel mindere mate een directe doelgroep. De voortbrenging van producten kenmerkt zich door een laag volume, een hoge complexiteit met maatwerk waarbij ruimtelijke informatie veelal een belangrijke rol speelt. De rol van de provincie is daarin anders dan een regelgevende instantie op afstand of een operationele, uitvoerende overheidsdienst dichtbij. De provincie is regisseur in een regionaal speelveld, opdrachtgever voor uitvoerende diensten en toezichthouder op lokale overheden en overheidsinstellingen. De provincie heeft meer dan andere bestuursorganen belang bij een kwalitatief hoogstaande ruimtelijke informatievoorziening en kan zich door haar kennisniveau op dat gebied onderscheiden en een toonaangevende rol spelen. Door haar bijzondere positie als middenbestuur verbindt de provincie en overbrugt tegenstrijdige belangen. Om dit goed te kunnen doen is de informatiehuishouding kennisintensief en divers.

Vanuit deze context zijn de volgende hoofdkenmerken bepalend voor Provincies:

  1. De provincie levert haar producten en diensten resultaatgericht op
    De provincie voert haar primaire beleidsprocessen effectief en efficiënt uit en is een goed opdrachtgever voor overheidsorganisaties, die de uitvoerende diensten leveren namens de provincie.

  2. De provincie weegt haar beleid integraal af
    De provincie is een kennisorganisatie, die beschikt over kwalitatief hoogwaardige informatie om beleidsdoelen te vertalen naar uitvoeringsprogrammering en om beleidseffecten te vertalen naar bijstellingen van het beleid. De provincie zorgt dat de daarvoor noodzakelijke gegevens zijn gestandaardiseerd, dat de kwaliteit van die gegevens is geborgd, en dat de informatie geïntegreerd en gedeeld beschikbaar is.

  3. De provincie is een netwerkorganisatie
    De provincie heeft bovenlokaal / regionaal veel contacten, partners en relaties, waarmee intensief kennis en informatie wordt uitgewisseld. Dit leidt tot regionale arrangementen voor nieuwe beleidsimpulsen, die in de regio als waardevol worden gezien en waarvan de realisatie uitvoerbaar is.

  4. De provincie is integer en transparant
    De provincie legt op een open wijze verantwoording af over haar handelen en is open in de wijze, waarop ze toeziet op het handelen van lokale overheden.

  5. De provincie werkt samen
    De provincie is door haar positie als middenbestuur gedwongen samen te werken met organisaties op lokaal en regionaal niveau. De provincie werkt echter ook continu aan haar kwaliteitsverbetering door op basis van een gelijkwaardige positie te leren van de sterkte punten van collega-provincies.

  6. De provincie is dé bovenregionale gebiedsautoriteit van de Nederlandse overheid
    De provincie heeft, als middenbestuur, de positie, de kennis en het netwerk om de zaken op te pakken, waarvoor het landelijke bestuur te ver weg staat en die in de uitvoering wel op bovenregionaal niveau om sturing, afstemming en toezicht vragen.

  7. De provincie is dé geo-expert van de Nederlandse overheid
    De provincie beschikt, door haar positie, over een hoge intrinsieke waarde op het gebied van geo-informatie en weet die waarde ook toe te voegen aan de dienstverlening van haar collega-overheden.

Context provincies.png



Definitie en organisatie van de referentiearchitectuur

Rond “referentiearchitectuur” spelen een aantal begrippen.

Definities

  • Architectuur is de fundamentele organisatie van een bedrijf in al zijn facetten, componenten en hun onderlinge relaties, in beeld gebracht inclusief de interactie met de omgeving.
  • Met referentiearchitectuur bedoelen we een basisset van principes, methoden, modellen en standaarden, die voor elke provincie uitgangspunt zijn bij gemeenschappelijke ontwikkelingen.
  • Enterprise architectuur is een coherent geheel van principes, methoden, modellen en standaarden, die worden gebruikt voor het ontwerp en de realisatie van een bedrijfsorganisatiestructuur, business processen, informatiesystemen en infrastructuur (Marc Lankhorst, Enterprise Architecture at work, 2004, Springer).


Organisatie

  • De provinciale referentiearchitectuur komt incrementeel tot stand. Vanuit de architectuurcomponenten die al beschikbaar zijn, wordt een globaal concept ontwikkeld. Dit concept wordt aangevuld, zodra hiertoe aanleiding is. De aanleiding kan een specifieke component, aangebracht door een provincie zijn, dan wel een interprovinciale inspanning. Hiermee wordt voorkomen dat kostbare capaciteit resulteert in een product op een te laag detailniveau.


Aanleiding en doelstelling

Provincies staan voor de nodige uitdagingen:

  • Het aansluiten op algemene ontwikkelingen binnen de overheid, ook wel aangeduid met “Andere Overheid”. Hieronder vallen zaken zoals:
    • Gemeenten als ingang voor overheidsdienstverlening;
    • Aansluiting op de Nederlandse Basisregistraties, DigiD etc.
  • Het aansluiten op internationale en landelijk vastgestelde standaarden voor de e-overheid.
  • Invoering van nieuwe wetgeving, zoals de WABO, de Waterwet, de Grondroerdersregeling, de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening en de WKPB, waarbij ook de samenwerking met gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en VROM een vooraanstaande rol speelt. Deze ontwikkelingen zijn deels afkomstig van de Europese Unie (zoals de INSPIRE richtlijn en de Diensten Richtlijn.)
  • Veranderingen in de rol van het middenbestuur. Focus op kerntaken, gericht op de omgevingskwaliteit, zoals gebiedsgericht werken, ondersteuning van ketens, bijvoorbeeld in de jeugdzorg en instrumentele beleidsondersteuning met vergunningverlening, handhaving en subsidies.
  • Gezamenlijke ontwikkeling van generieke componenten (bouwstenen) voor provincies, bijvoorbeeld de Provinciale Productencatalogus, de Risicokaart, de Flamingo-viewer, de Landelijke Voorziening Omgevingsvergunning, etc.


De Provinciale Enterprise Referentie Architectuur (PETRA) is een geïntegreerde set van inrichtingsprincipes en modellen voor de provinciale werkorganisatie en is gebaseerd op de missie, de strategie en het beleid van de provincies. Meer concreet betreft het daarbij de inrichting van het dienstverleningsproces, bedrijfsprocessen, de informatiehuishouding en de informatietechnologie. Generieke principes en modellen vanuit het dienstverleningsbeleid, proces- en organisatiebeleid, informatiebeleid en IT-beleid worden op een consistente wijze bijeen gebracht. PETRA sluit tevens aan op de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) en er is rekening gehouden met (inter-) provinciale ontwikkelingen, zoals die in onder meer IOG-Info verband en vanuit het programma e-Provincies aan de orde zijn geweest. Voorbeelden hiervan zijn: de provinciale producten catalogus, de omgevingsvergunning, de invoering van de Waterwet, e.d.

PETRA bevat ook verwijzingen naar internationale en nationale standaarden. Deze moeten leiden tot een maximale interoperabiliteit, waardoor overheidsorganen zoveel mogelijk drempelloos met elkaar kunnen samenwerken.

De doelstelling van PETRA is de toepassing ervan bij de inrichting van provincies. In de regel speelt zij dus een belangrijke rol bij het opstellen van informatieplannen, het uitvoeren van definitiestudies, het opstellen van business cases en projectstartarchitecturen. Een afgeleide doelstelling hiervan is het gemakkelijker kunnen samenwerken van provincies bij de totstandkoming van een gemeenschappelijk product. Als derde doelstelling geldt dat provincies, die hun architectuur nog niet hebben beschreven de PETRA als (basis-)model kunnen gebruiken.


Totstandkoming

PETRA sluit aan op de NORA. Dat wil zeggen: al hetgeen in de NORA staat hebben wij niet herhaald en daar waar wij verwijzen naar de NORA betreft het een verdieping van het NORA-principe. Verder zijn voor de totstandkoming van PETRA (beleids)documenten van de provincies geraadpleegd zoals de referentie architecturen van Flevoland en Overijssel, verslagen van interprovinciale overleggen met architecten en resultaten van praktische uitvoering bij diverse overheden. Voor deze versie van PETRA is bovendien gebruik gemaakt van de baselines Informatie Op Orde, de en Interprovinciale Baseline Informatiebeveiliging en de Provinciale Geo Architectuur. De baselines zijn nog in concept. De besluitvorming verloopt via het Strategische Informatieoverleg, het Coordinatieoverleg NUP / ProGideon naar de BOAG Middelen.

Omdat wetten en politieke prioriteiten veranderen, burgers en bedrijven nieuwe eisen stellen aan de overheid en de technologie zich voortdurend verder ontwikkeld, is PETRA geen statisch document. PETRA wordt periodiek geactualiseerd en uitgebreid. Architecten bij de provincies nemen hiertoe het initiatief.


Positionering

De provinciale architectuur is het fundament voor de bedrijfsinrichting van een provincie. Daarbij gaat het om het organisatie- en procesontwerp (de business), om het ontwerp van de informatievoorziening, de applicaties en de technische infrastructuur.

Een professionele ontwerpfunctie geeft inzicht in de opbouw en samenhang van de samenstellende delen van een organisatie. Hierdoor wordt het mogelijk om wijzigingen sneller en beheerst door te voeren. Dit laatste is vooral nodig omdat ontwikkelingen als elektronische dienstverlening, samenwerking met andere overheidsorganen en internationalisering in steeds hoger tempo langskomen. De complexiteit van werkprocessen en informatiehuishouding neemt hierdoor toe. PETRA zorgt voor overzicht en daarmee een blijvende borging van een optimale samenhang tussen diensten, processen, organisatie, besturing en informatievoorziening.

In de volgende hoofdstukken vindt voor elk deelgebied van de architectuur een nadere uitwerking plaats. Deze uitwerking beschrijft de principes die we hanteren bij het ontwerpen van organisatie, processen, applicaties, infrastructuur etc. Deze principes zijn te beschouwen als afspraken die gebruikt worden bij de uitvoering van projecten. Tevens wordt een aantal belangrijke modellen geïntroduceerd, waarmee beter zicht wordt geboden op de samenhang tussen onder meer producten, processen, organisatie en applicaties.


Doelgroep en gebruik

Dit document is in eerste instantie bedoeld voor professionals zoals architecten, organisatie- en procesontwerpers, programmamanagers, projectleiders, informatiekundigen, applicatieontwerpers, functioneel en technisch beheerders van systemen.

De referentiearchitectuur is te gebruiken als:

  • Startpunt voor de beschrijving van de eigen architectuur
  • Richtlijn voor samenhang in de resultaten die via projecten bereikt worden
  • Ontwerprichtlijn voor onder meer proces-, informatiekundigen en applicatieontwerpers
  • Toetsingskader bij de aanvang en uitvoering van projecten
  • Instrument voor risicobeheersing
  • Instrument voor ondersteuning inkoop


Structuur en samenhang

PETRA bestaat uit een hoofddocument met een aantal onderliggende verdiepingsnota’s. Het hoofddocument bevat de overkoepelende principes en modellen van PETRA als provinciale uitwerking van NORA. Op dit moment zijn de volgende verdiepingsnota’s meegenomen:

  • Baseline Informatie op Orde
  • Provinciale Geo Architectuur (PGA)
  • Interprovinciale Baseline Informatiebeveiliging.
Categorie:UitgangspuntenCategorie:PrincipesCategorie:RichtlijnenZaakgericht werkenProcesmanagementGeo-informatieBaseline Informatie op ordeBaseline InformatiebeveiligingStructuur PETRA.png
Over deze afbeelding

De ontwikkeling en het beheer van het hoofddocument van PETRA en de PGA ligt bij het Platform Provincie Architecten. Voor de Baselines is dit belegd bij de Interprovinciale Overleggroep Documentaire Informatievoorziening (IOG DIV) respectievelijk het Centraal InformatieBeveiligingsOverleg (CIBO). De verdiepingsnota’s worden zelfstandig beheerd in afstemming met het hoofddocument van PETRA. Als voor een bepaald inhoudelijk aspect behoefte is aan verdieping wordt een expertgroep samengesteld om dit uit te werken. De ontwikkelde architectuurelementen worden ondergebracht in PETRA, door het integraal op te nemen in het hoofddocument van PETRA of door het als een zelfstandige verdiepingsnota daaraan te koppelen. Op dit moment zijn er expertgroepen voor de aspecten procesmodel en zaakgericht werken.


Scope

De referentiearchitectuur beschrijft de architectuurlagen Bedrijfs-, Informatie- en Technische architectuur. Binnen deze architectuurlagen worden vervolgens weer verschillende aspecten onderkend zoals Organisatie, Producten & diensten en Processen binnen de bedrijfsarchitectuur. Naast de architectuurlagen en overige aspecten onderkennen we eveneens de aspecten Beveiliging en Beheer. Een schematische weergave van de architectuuronderdelen staat in het volgende model, dat overeenkomt met de NORA.

UitgangspuntenFuncties, organisatie, personeel en besturingProducten, dienstenoriëntatie en dienstenProcessen en procesmanagementApplicaties, applicatiecomponenten en servicesObjecten, gegevens en berichtenInformatie-uitwisselingTechnische componentenGegevensopslagNetwerkBeheerBeveiliging & PrivacyBeveiliging & PrivacyNORA Architectuurraamwerk.png
Over deze afbeelding


Het model laat zien dat de missie, de strategie en het beleid van de provincie gebruikt is als uitgangspunt voor de afspraken voor de bedrijfskundige en informatiekundige inrichting van de provincie. Deze doelen en uitgangspunten zijn eerder in dit hoofdstuk aan de orde gekomen.

Als bijlage I is de lijst opgenomen van door het Forum Standaardisatie vastgestelde Standaarden voor de (e-)overheid. Deze lijst zal in de loop van de tijd aangevuld worden en daarmee nog meer van invloed zijn op architecturale keuzes die provincies maken. Waar nodig wordt verwezen naar de meest actuele situatie op de website van het Forum Standaardisatie http://www.forumstandaardisatie.nl

HierarchyPrevious.gif Hoofdpagina | Uitgangspunten HierarchyNext.gif