Applicaties, applicatiecomponenten en services

Uit PETRA Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Hoofdpagina


Inhoud


Het provinciale applicatielandschap bestaat nog uit veel applicaties die al dan niet aan elkaar gekoppeld zijn. Dit leidt tot een applicatielandschap met een zogenaamde spaghettistructuur die ondoorzichtig is en moeilijk aanpasbaar. Daardoor is het moeilijk voor de ICT-functie om flexibel en snel in te spelen op de veranderende eisen die de omgeving aan de provinciale organisatie en haar informatiehuishouding stelt. Om samenhang en flexibiliteit in de informatiehuishouding te creëren, is het nodig generieke functies uit de applicatie te halen en vervolgens generiek ter beschikking te stellen. Deze generieke functies kunnen benoemd worden op basis van een business case en dienen gemanaged te worden. Hierbij sluiten we aan bij het gedachtegoed van de service georiënteerde architectuur.

In deze paragraaf wordt hiervan een nadere detaillering gegeven. Het betreft een streefbeeldarchitectuur die gezien kan worden als “een stip aan de horizon”: een ideale situatie. In die situatie hebben we afscheid genomen van de spaghettistructuren. Alle componenten van de architectuur zijn ontvlochten. In de volgende paragraaf zal deze streefbeeldarchitectuur verder worden uitgewerkt.

Applicatiecomponenten en services

De onderstaande figuur geeft een voorbeeld van de generieke componenten in de informatievoorziening van een provincie in een mogelijke nieuwe situatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  1. Bouwstenen van de e-overheid
  2. Loketten en e-Portals
  3. Processen
  4. Applicatiecomponenten en services
  5. Gegevens en
  6. Infrastructuur (conform het ontvlechtingsprincipe uit dit streefbeeld).

Elke component bestaat uit verschillende onderdelen. Ter illustratie zijn enkele voorbeelden opgenomen. De interactie tussen de verschillende componenten wordt gerealiseerd door middel van berichten en services. In dit voorbeeld van een streefbeeld zien we de lagen Bedrijfsprocessen (1, 2 en 3), Informatievoorziening (4 en 5) en Techniek (6) uit het NORA-architectuurraamwerk terug.

Overheid zoekmachineDigiD en BSN en BINE-formulierenPDCE-BetalenPortaal www.provincie.nlAntwoord voor bedrijvenPortaal www.mijnoverheid.nlPortaal www.gemeente.nlVerlenen en toezicht houden en handhavenAfhandelen van klachtenVerstrekken subsidiesAfhandelen bezwaarschriftenBusiness process managementKlantrelatiebeheerContentmanagementDocumentmanagementZaakdossierBasisregistratieVergunningDocumentGeo-informatieKlantdossierFinanciële gegevensCentrale systemenNetwerkWerkplekkenOpslagsystemenVoorbeeld streefbeeldarchitectuur2.png
Over deze afbeelding


Toelichting: Flexibele dienstverlening als “stip aan de horizon” heeft implicaties voor de inrichting van de informatiehuishouding. Samengevat zijn dat:

  • als een provincie de regie voert over een zaak (bijv. een omgevingsvergunning), dan doen we dat zaakgericht; als een ander de regie voert, dan leveren we de gevraagde service vanuit een zaakdossier;
  • ontvlechten van processen en loketten;
  • ontvlechten van applicaties en processen;
  • ontvlechten van gegevensverzamelingen en applicaties;
  • provincies onderhouden alleen hun eigen basisregistratie en zijn dus gebruiker van basisregistraties die door anderen worden beheerd;

Randvoorwaardelijk voor bovenstaande inrichting zijn:

  • inzet van generieke bouwstenen en standaardisatie;
  • bestuurbare ICT-voorziening en dienstbare ICT-functie.

We bespreken deze punten op rij.

  1. Het dienstverleningsconcept en de “Andere Overheid” impliceren twee manieren om de burger, bedrijf of maatschappelijke instelling van dienst te zijn: de gevallen waarin de provincie de regie voert en gevallen waarin een ander de regie voert. In het eerste geval bewaken provincies de zaak (zaakgericht werken), en laten de zaak pas los nadat de klant volledig en goed door alle betrokken partijen is behandeld. In het tweede geval vallen provincies terug op leveren van het gevraagde product door middel van een service.
  2. Het ontvlechten van processen en loketten betekent dat dezelfde dienst in meerdere loketten aangeboden wordt. Daarmee krijgen provincies de mogelijkheid om eenzelfde dienst niet alleen in haar eigen loket aan te bieden, maar zonder veranderingen ook via gemeentes en zelfs via (semi-) private instellingen zoals de Kamer van Koophandel.
  3. Het ontvlechten van applicaties en processen betekent dat verschillende producten (bijvoorbeeld ontgrondingvergunning en milieuvergunning) via dezelfde processtappen (bijvoorbeeld aanvragen vergunning) kunnen worden afgewikkeld. Het betekent ook dat een processtap in verschillende situaties aan verschillende applicaties wordt gekoppeld.
  4. Het principe van ontvlechten van gegevensverzamelingen noemen we: één ding in één doos. Alle documenten in één gegevensverzameling, alle zaken in een andere gegevensverzameling, alle vergunningen in weer een andere gegevensverzameling enzovoorts. Dit uitgangspunt vermindert de verspreiding van soortgelijke gegevens over grote aantallen gegevensverzamelingen en vermindert dus ook het onderhoud aan veel functies die eigenlijk hetzelfde doen. Dit levert kleinere en beter onderhoudbare applicaties op. Bij het ontvlechten staat het idee van een servicebus[1] centraal. Dit betreft een technische voorziening waarmee applicaties met elkaar kunnen communiceren. Daarmee is het streefbeeld te kwalificeren als service georiënteerde architectuur[2].
  5. In het streefbeeld onderhouden provincies alleen de gegevens, waarvan de provincie bronhouder is. Dus uitsluitend de gegevens die wettelijk door de provincie moeten worden beheerd. Voor alle overige gegevens uit het stelsel van basisregistraties stelt de provincie zich op als gebruiker. De elektronische diensten die de provincie aan derden levert beperken zich tot de eigen provinciale basisregistratie(s). Voor gegevensverzamelingen van anderen moet men immers de diensten bij die andere partijen afnemen. Dit vermindert het aantal functionele services.
  6. Generieke bouwstenen krijgen bijzondere aandacht, omdat ze voor alle processen in een provincie van belang zijn. We streven naar meer generieke bouwstenen in plaats van specifieke oplossingen. Dit betekent ook dat keuzes van de provinciale organisatie als geheel consequenties hebben voor de individuele afdelingen. Het stelt dus grenzen aan de autonomie van de organisatieonderdelen.
  7. Om het streefbeeld te kunnen realiseren moet Informatie en Communicatie Technologie deel uit maken van integrale (organisatie) veranderingsprocessen. Enterprise architectuur is daarbij conditio sine qua non.

Waarde voor Provincies

Ontvlechten levert flexibiliteit en eenvoud op. In de praktijk zal de flexibiliteit over de komende jaren geleidelijk groeien, naarmate de ontvlechting meer gestalte krijgt. Eenvoud ontstaat doordat dubbele functionaliteit wordt weggesneden (één ding in één doos) en doordat elke applicatie nog maar één koppeling heeft (met een zgn. servicebus). De flexibiliteit uit zich in de mogelijkheid om applicaties van verschillende makelij en verschillende leveranciers te koppelen en zich te laten gedragen als één applicatie. Het streefbeeld reduceert leveranciersafhankelijkheid. Immers, een leverancier dient “ontkoppelde waar” te leveren die zich gemakkelijk op onze ontkoppelde gegevensverzamelingen en in onze ontkoppelde processen laat voegen. Dit streefbeeld is voor de dienstverlening van grote waarde, ,omdat het ontwikkelen van nieuwe producten, nieuwe werkwijzen, nieuwe samenwerkingsverbanden, enz. door het in-, uit- of bijschakelen van proces- of applicatieservices (zowel van binnen als van buiten de provincie) plaatsvindt. Idealiter wordt de remmende werking van de informatievoorziening gereduceerd tot nul. Anders geformuleerd: de ICT-functie wordt dienstbaar aan de dienstverlening.

Tijd- en plaatsonafhankelijk werken

In het streefbeeld past tijd- en plaatsonafhankelijk werken. In de meest optimale vorm betekent dit een standaardwerkplek die een draadloze verbinding heeft met het lokale netwerk en alle standaardfunctionaliteit op een beveiligde manier biedt.

Generieke bouwstenen

Als we inzoomen op de applicatiecomponenten en services, zien we dat er behoefte ontstaat aan generieke bouwstenen, in plaats van specifieke oplossingen. De benodigde bouwstenen voor het optimaliseren van werkprocessen en dienstverlening met behulp van ICT en het inrichten van een service georiënteerde architectuur zijn voor een groot gedeelte generiek, dat wil zeggen: provinciebreed toepasbaar binnen alle processen:

  • Enterprise Service Bus (ESB);
  • Customer Relationship Management (CRM; relatiebeheer);
  • (Web) Content Management (CM, kennisontsluiting);
  • Workflow managementsystemen (t.b.v. procesmanagement)
  • Document Management (DM, documentbeheer);
  • Business Process Management (inclusief zaakgericht werken)
  • Records Management (RM, archiefbeheer)
  • Portals (e-loketten)
  • E-formulieren
  • Basis- en kernregistraties
  • Identity and Access Management

Voor een nadere toelichting zie Toelichting op de generieke bouwstenen. Daar is ook aangegeven welke consequenties deze bouwstenen hebben op de verschillende architectuurlagen.

Deze bouwstenen vormen een streefbeeld van het applicatielandschap van PETRA conform het principe één ding in één doos.

Streefbeeld applicatielandschap van provincies – één ding in één doos

In de onderstaande tabel wordt een overzicht van gegeven van de principes op het gebied van de applicatiearchitectuur.

Ten aanzien van de applicatiearchitectuur gelden de onderstaande principes. Klik op een principe voor meer informatie.

P4.1.01Optimale inzet van ICT
P4.1.02Ontwikkelen richting servicegeoriënteerde architectuur
P4.1.03Samenstelling servicegeoriënteerde architectuur
P4.1.04Eigenaarschap van applicaties
P4.1.05Bij inkoop rekening houden met voorkeur voor servicegerichte software
P4.1.06Respecteren van grenzen van bedrijfsfuncties door applicaties
P4.1.07Samenwerking door applicatiecomponenten op basis van services
P4.1.08Inpassing geografische informatiebronnen in eigen informatiesystemen
P4.1.09Bij inrichting van applicaties en services voldoen aan archiefwet en NEN
P4.1.10Ondersteuning zaakgericht werken door zaakmanagement
P4.1.11Digitaal ondersteunen van uitvoering van handmatige taken bij voldoende hoog volume
P4.1.12Aansluiting van dienstverleningskanalen op generieke bouwstenen van e-Overheid
P4.1.13Voorrang voor hergebruik boven standaardpakketten boven (laten) bouwen
P4.1.14Eisen stellen aan leveranciers ten aanzien van gebruik van open standaarden
P4.1.15Gebruik maken van dezelfde services voor dezelfde functionaliteit
P4.1.16Onderscheid maken in applicatielandschap tussen ondersteuning productie- en besturende processen
P4.1.17Inzetten portaalfunctionaliteit voor personalisering e-dienstverlening en voor samenwerking in ketens
P4.1.18Inzetten portaalfunctionaliteit voor ondersteunen plaats- en tijdonafhankelijk werken

Ten aanzien van de bovenstaande principes gelden de onderstaande richtlijnen. Klik op een richtlijn voor meer informatie.


Voetnoten

  1. Via een servicebus worden services ontsloten. Dit concept wordt soms (ten onrechte) aangeduid met Midoffice.
  2. Service Oriented Architecture, een wereldwijd bekende manier om informatievoorziening in te richten, bedoeld voor flexibele, Multi-vendor omgevingen met veel communicatie van en naar buiten.


HierarchyPrevious.gif Informatiearchitectuur | Objecten, gegevens en berichten HierarchyNext.gif