Probleemstelling nepnieuws

Uit Kritisch denken wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Deze tekst is opgesteld door Marcel Dohmen.

Inleiding

Middels dit schrijven wil ik ten behoeve van de bijeenkomst van Kritisch Denken op 16 januari 2018 mijn licht laten schijnen op het fenomeen ‘nepnieuws’. Minister Ollongren (BZK) heeft de bezorgdheid uitgesproken, dat de komende gemeenteraadsverkiezingen wel eens het volgende doelwit kan zijn van ontwrichtende activiteiten en heeft haar medewerkers gevraagd, om mee te denken en opties te bedenken hoe deze verkiezingen te beschermen. Ze doelde daarmee op de invloed die (nep)nieuws op stemgedrag van kiezers heeft. Na een korte uiteenzetting van het probleem beschrijf ik wat mijns inziens nepnieuws is, wat zijn karakteristieken zijn en wat de beoogde doelen van nepnieuws zijn.

Het probleem

De (Nederlandse) democratie is kwetsbaar en er is een concrete dreiging, dat actoren voortdurend bezig zijn onze samenleving en andere samenlevingen te beïnvloeden dan wel te ontwrichten. Als we kijken naar wat nepnieuws eigenlijk is en wat de ontwrichtende werking van nepnieuws is, zijn we waarschijnlijk de komende decennia aan het discussiëren over de definitie en werking. Bekende filosofen, zoals Weber, Marx en Wittgenstein hielden zich al uitvoerig bezig met waarheid, waarheidsvinding en de betekenis van waarheid. Stel dat we uitgaan van een gemeenschappelijk beeld van nepnieuws en het eens zijn over de volgende typering van nepnieuws: “Een verbeelding van de werkelijkheid, gecommuniceerd via gangbare media (radio, tv, social media, gedrukte pers) die niet (of op zijn hoogst maar voor een klein gedeelte) gebaseerd is op waarneming en bovendien tijdig en tijdelijk is”. We kunnen dan op basis daarvan bekijken wat nepnieuws is en wat we ermee kunnen.

Wat is nepnieuws?

Een speurtocht op internet en langs gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften levert helaas niets eenduidigs op. In mijn opinie wordt bij de beschrijving te veel significante informatie buiten beschouwing gelaten, zodat een adoptie van het begrip vanuit bestaande studies zeer lastig wordt. Ik vermoed, dat met name de context waarin definities zijn beschreven niet aansluit bij deze context, nl. dewelke waarin we proberen te vatten, welke bescherming we kunnen bieden tegen beïnvloeding van alle Nederlandse kiesgerechtigden dmv (de verspreiding) van ‘nepnieuws’. Nepnieuws wordt door ‘The Guardian’ gedefinieerd als ‘een volledig verzonnen verhaal als feiten gebracht in de media’, waarbij vooral Facebook als boosdoener wordt aangewezen. Maar wie bepaalt eigenlijk wat verzonnen is en wat niet? Wat is de definitie van ‘verzonnen’? Als ik een citaat parafraseer, verzin ik in feite een citaat. Als ik daarbij ook nog 1 of 2 woorden ‘verkeerd’ vertaal, is dat dan nepnieuws?

Bijv: Stel, omstandigheden zijn als volgt: In Nederland gaat het slecht met de vleesindustrie omdat meer en meer Nederlanders vegetariër zijn geworden. Veel boeren, die vleeskalveren leveren, zijn in (economisch) zwaar weer beland. Als Journalist pik ik het volgende op van mijn buurman, die vleeskalveren fokt: “Mijn laatste kalf is dood, het beest stierf een langzame dood”. In mijn weblog parafraseer ik dit nieuws’feit’: “Mijn buurman heeft zojuist, zo zegt hij zelf, zijn laatste kalf een langzame dood zien sterven”. Dit wordt opgepikt door de Engelse Daily Telegraph: “In Loppersum (The Netherlands) an angry farmer killed his last cow slowly, to show the world the suffering brought to the poor Dutch farmers because of the idiocy of vegetarianism”. Mijn stelling (en vraag eigenlijk): Wanneer is het bovenstaande nepnieuws (geworden)?

Nepnieuws dient al millennia lang een doel voor groepen, die er belang bij hebben, zwakkere groepen (zwakker in de zin van een informatieachterstand hebbend) in toom te houden. In feite is het feodalisme hierop gebaseerd maar ook geloofsovertuigingen zijn hieronder te scharen. Meer recente voorbeelden van dit fenomeen zijn o.a. de overtuigingen, dat inentingen tegen polio tegengoddelijk zouden zijn. Maar ook bijv Scientology (gebaseerd op science fiction van de oprichter Hubbard) heeft een belang in het propageren van nepnieuws om een verdienmodel in stand te houden. In de middeleeuwen was het kopen van aflaten een beproefd business model om een institutie te laten floreren.

Nepnieuws is dus van alle tijden. Niet alleen in de politiek en maatschappij, maar ook in de organisatorische context wordt nepnieuws breed ingezet om financiële rijkdom te vergaren door winsten te maximaliseren. Hier zijn legio voorbeelden van: De voedingsindustrie die overal suiker instopt, wat te koop is, waaronder fitness drinks, kant-en klaar maaltijden, diverse gezondheidsproducten, sauzen etc om consumenten verslaafd te maken aan hun producten. Fake nieuws over sigaretten. Framing door Monsanto. Nepnieuws over vitamines door “Swisse”. Informatie verstrekt aan mensen in Afrika in landen als Nigeria, Burundi (https:// decorrespondent.nl/4864/hoe-heineken-een-dictatuur-in-stand-houdt-in-het-een-na-armste-landter- wereld/835924131328-c6e6dc53) etc door omkoping van staatshoofden door Shell en Heineken. Nepnieuws is hier niet alleen een bijverschijnsel, het is een cruciaal ingredient in de verkoopstrategie.

Nepnieuws is door de komst van social media een krachtig en hardnekkig fenomeen geworden. Waar bijv in oude tijden de reikwijdte van nieuws beperkt was1 en de verspreiding van nepnieuws in een heel ander tempo ging, zo gaat nu de verspreiding bijna instantaan. De sociologische en psychologische mechanismes, zo zullen we zien, zijn niet veranderd, maar de impact van die mechanismen op hele grote groepen mensen is gigantisch.

Een van de meest in het oog springende mechanismes is “Social identity theory”: Mensen geven om ‘onverklaarbare’ redenen liever geld aan mensen die tot hun groep behoren dan aan mensen buiten de groep. Dit heeft irrationele gronden, gebaseerd op overlevingsdrang, waarbij niet de waarde van het individu maar de waarde van de groep centraal staat. Mensen beschermen leden van hun eigen groep dus eerder dan mensen buiten hun groep. Buiten de biologische verklaring biedt dit veel inzicht in de waarde van nieuws voor groepen. Tajfel2 (in zijn onderzoeken aan de Stanford University) beargumenteert, dat mensen in een groep een identiteit ophangen aan het toebehoren aan een groep, welke groep dat dan ook is. Een waarde kan elke waarde zijn, die relevant is voor het individu. Als het maar het groepsbelang dient, nl versterking van de groep. Nepnieuws is daarin een cruciaal en zeer machtig middel. Want individuen vereenzelvigen zich met informatie die het groepsbelang versterkt. In dat opzicht is nepnieuws dus beschermend voor de groep, die met dat nepnieuws gediend is. Wat houdt een groep dan tegen om massaal nepnieuws te verspreiden?

Tot slot wil ik ook nog even Foucault aanhalen, die met zijn beschrijving van het panopticon een nieuw licht deed schijnen op de krachtige werking van disciplinering in combinatie met conditionering.

Naar nepnieuws vertaald, zijn we door diverse mechanismes geconditioneerd om met nepnieuws om te gaan op een door de sociale omgeving geaccepteerde manier. Een afwijking daarop leidt onmiddellijk tot sancties t.a.v. het individu, voor zover dat individu zich een onderdeel voelt van het sociale systeem. De straf is o.a. misprijzing en afkeuring en in gevallen verstoting uit de groep, want hij die niet gelooft wat zijn omgeving heeft bedacht is kennelijk geen onderdeel van het sociale systeem. Met de komst van sociale media is de kans op ‘ontdekking’ van dat ongeloof bijna 100% geworden. Dat illustreert vervolgens de hardnekkigheid waarmee nepnieuws persisteert in een vruchtbare omgeving. Juist dit fenomeen zou moeten worden uitgebuit om de werking van het fenomeen te ontkrachten, ergo: Maak het onderscheid tussen nieuws en nepnieuws zo diffuus mogelijk.

1 propaganda bijv werd krachtiger met de uitvinding van de boekdrukkunst en kreeg vleugels met de uitvinding van achtereenvolgens de telegraaf, telefoon, bewegende beelden en internet. 2 Henri Tajfel's belangrijkste bijdrage aan de psychologie was zijn ‘social identity theory’. ‘Social identity’ is de mate waarin een persoon zich tot een groep verbonden voelt.

Waartoe dient nepnieuws?

Ik ben er tot nu toe van uitgegaan, dat nepnieuws als zodanig ontstaat en dat deze te beschrijven valt als op zichzelf staand fenomeen. Maar als het bestaat als fenomeen moet het een doel dienen. Dat doel is bepaald door een individu of groep. De motivatie om nepnieuws te maken en te verspreiden moet dus ook een te herleiden oorzaak hebben. Een dergelijke normatieve kijk op nepnieuws levert dan al gauw het volgende op:

Aangezien nepnieuws een doel moet dienen zal het een met dat doel te verenigen uitkomst moeten hebben. Maar dat impliceert niet, dat de makers en/of verspreiders van dat nepnieuws zich daarvan bewust zijn of kunnen zijn. Als we dat in een model plaatsen, zou je motivatie kunnen uitsplitsen naar aan de ene kant van de schaal absoluut doelbewust en bewust fictie als feiten verbeelden en die verspreiden, zodanig dat de doelgroep(en) deze fictie als feiten gaan interpreteren en ernaar handelen. Aan de andere kant van de schaal zou je het tegenovergestelde kunnen zetten: Het niet doelbewust of onbewust verbeelden van fictie als feiten:

Fictie als feiten.PNG

De uiteindelijke motivatie tot het creëren en verspreiden van nepnieuws beweegt zich ergens tussen deze twee uitersten, terwijl tijdens verspreiding mutaties denkbaar en ook gangbaar zijn. Nepnieuws kan bijv. bewust of onbewust tijdens zijn leven worden veranderd of aangevuld. Ook kan en gaat de verspreiding via bewuste en onbewuste kanalen. Nepnieuws kan zich ten slotte wortelen in een cultuur. Eenmaal geworteld is het vaak niet eens meer te herkennen als nepnieuws.

Deze wijze van modelleren van nepnieuws kan ons inzicht verschaffen in de wijze waarop nepnieuws kan worden ‘aangepakt’. Het Ministerie van BZK is op dit moment aan het onderzoeken of het mogelijk is met big data technologie aan de hand van de wijze van verspreiding van nieuws te kunnen zien, of er mogelijk sprake kan zijn van nepnieuws. De premisse dat nepnieuws zich op een andere wijze verspreidt dan ‘gewoon’ nieuws ligt hieraan ten grondslag.