ArchiMate concept aanmaken: Beschikbaar stellen aanmeldingen

Uit ROSA Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Deze pagina is verwijderd. Ter informatie worden het verwijderingslogboek en het hernoemingslogboek van deze pagina hieronder weergegeven.

U hebt geen rechten om deze pagina te bewerken om de volgende reden:

De gevraagde handeling is voorbehouden aan gebruikers in de groep gebruikers.


Toon meta-data Toon invulrichtlijnen

Algemene richtlijnen

  • Kies korte betekenisvolle namen voor pagina's; zij zijn het directe toegangspunt tot de informatie
  • Denk goed na over hoe specifiek de naam is; als je de naam te algemeen kiest is de kans groot dat dat later naamgevingsconflicten oplevert
  • De naam van een concept hoeft standaard niet ingevuld te worden; deze is gelijk aan de naam van de pagina
  • Voeg alleen concepten en relaties toe die zijn benoemd in het meta-model; anders wordt de repository snel ontoegankelijk
  • Sla geen concepten in het meta-model over; anders is het lastig om later standaard queries te formuleren
  • Vul zoveel mogelijk ook de vrije tekst in, al is het maar met algemene informatie (b.v. van WikiPedia); dit geeft meer betekenis en achtergrond aan de informatie
  • Gebruik in vrije tekst het QuoteSimple sjabloon om letterlijk gekopieerde tekst op te nemen; hierdoor is duidelijk waar de tekst vandaan komt
  • Gebruik zoveel mogelijk ArchiMate voor het visueel illustreren van elementen en hun samenhang; hierdoor wordt misinterpretatie van begrippen voorkomen
  • Gebruik voor opsommingen bullets (*); hierdoor is het helder dat het een opsomming is
  • Gebruik voor lijsten van onderdelen (b.v. subcomponenten) definition lists (; <naamelement><CR>: <omschrijving>); dit geeft een standaard en overzichtelijke structuur
  • Gebruik voor kopjes in de vrije tekst level 3 kopjes (===); dit geeft een consistent uiterlijk aan pagina's

Richtlijnen voor systeemsoftware

  • Gebruik in de naam van fysieke systeemsoftware zowel de leverancier als de naam van het product; dit voorkomt verwarring over wat het precies is
  • Maak geen specialisaties van nodes (logische systeemsoftware); dan is fysieke systeemsoftware niet eenduidig toe te wijzen
  • Vul bij fysieke systeemsoftware minimaal de leverancier en een externe verwijzing (URL) in; zo kan er geen verwarring zijn over het specifieke product
  • Vul als vrije tekst bij fysieke systeemsoftware informatie van de leverancier van het product in; hierdoor is het snel duidelijk wat het product precies doet
  • Neem software-ontwikkelbibliotheken niet op als losse systeemsoftware; dit zit op een te gedetailleerd abstractieniveau
  • Koppel fysieke systeemsoftware zoveel mogelijk aan reeds gedefinieerde nodes (logische systeemsoftware); hierdoor kan inzicht gegeven worden in redundantie van systeemsoftware
  • Als de systeemsoftware ook een duidelijke voor de gebruiker zichtbare functionaliteit levert, koppel hem dan ook aan een applicatie-service; hierdoor wordt inzichtelijk dat de systeemsoftware zowel meer infrastructurele als applicatieve functionaliteit levert

Richtlijnen voor nodes

  • Geef aan nodes (logische systeemsoftware) een naam die gebruikelijk is voor het soort component; bijvoorbeeld virusscanner
  • Definieer nodes op een niveau waarop je het als product kunt kopen; dit zorgt voor realistische bouwblokken
  • Maak geen specialisaties van nodes; dan is fysieke systeemsoftware niet eenduidig toe te wijzen
  • Koppel nodes zoveel mogelijk aan reeds gedefinieerde logische systeemsoftware; hierdoor kan inzicht gegeven worden in redundantie van systeemsoftware
  • Indien er nog geen toepasselijke node is gedefinieerd, koppel nieuwe nodes dan zoveel mogelijk aan reeds gedefinieerde infrastructuurservices; hierdoor kan beter inzicht gegeven worden de samenhang met andere logische systeemsoftware

Richtlijnen voor applicatiecomponenten

  • Beschrijf in de vrije tekst onder de kop “Algemeen” in een paar zinnen wat het applicatiecomponent is en welke functionaliteit het biedt; dit geeft inzicht in wat het applicatiecomponent doet
  • Beschrijf in de vrije tekst onder de kop “Externe interfaces” op hoofdlijnen de interfaces (koppelvlakken) die het applicatiecomponent heeft (zowel functioneel als technisch); dit geeft inzicht in de relatie met externe partijen en hoe er met het component geïntegreerd kan worden.
  • Beschrijf in de vrije tekst onder de kop “Interne structuur” op hoofdlijnen welke onderdelen (subcomponenten) deel uitmaken van het applicatiecomponent; dit geeft inzicht in hoe het component is opgebouwd en in mogelijk herbruikbare functionaliteit
  • Indien de subcomponenten van een applicatiecomponent complexe en functioneel belangrijke onderdelen zijn, maak dan ook voor deze subcomponenten aparte pagina's aan en koppel deze middels een "bestaat uit" relatie vanuit het hoofdcomponent; hierdoor is er ruimte om functioneel zelfstandige onderdelen ook goed te beschrijven

Productrichtlijnen

Richtlijnen voor Applicatieservices

  • Geef applicatieservices een naam die inzicht geeft in de functionaliteit en die generiek genoeg is om meerde implementaties aan te koppelen (dus bijv. geen naam van een systeem in opnemen); dit geeft inzicht in redundante functionaliteit in applicatiecomponenten
  • Hanteer de volgende structuur voor namen van applicatieservices: <werkwoord in meervoud> <zelfstandig naamwoord) (b.v. raadplegen burgergegevens); dit zorgt ervoor dat snel inzicht is in de functionaliteit
  • Gebruik in naamgeving van applicatieservices zoveel mogelijk de werkwoorden "raadplegen" en "aanleveren"; dit soort voor een eenduidige betekenis
  • Definieer per applicatiecomponent minimaal één applicatieservice; dit geeft inzicht in de functionaliteit (en mogelijke overlap daarin) van het applicatiecomponent
  • Definieer alleen applicatieservices voor functionaliteiten die voor eindgebruikers duidelijk herkenbaar zijn (en dus bijv. geen interne beheerfunctionaliteit); dit houdt de functionaliteit overzichtelijk

Algemene attributen

Type:
Subtype
Subtype
Sector PO VO BVE HO Sectoronafhankelijk
Abstractieniveau
NORA Raamwerk Organisatie Producten en Diensten Processen Medewerkers en Applicaties Berichten en Gegevens Informatieuitwisseling Technische componenten Gegevensopslag Netwerk Beheer Beveiliging en privacy
Datum beschikbaar

Metadata

Naam (optioneel):
Versie:
Actief:

Relaties

Is gerelateerd aan:
afgeleide relaties geen afgeleide relaties
Verstuurt naar:
Voorbeeld: verstuurt 'schedule info' naar 'Claim Assessment': Claim Assessment;schedule info.
Toon servicelevels

Servicelevels

VIRBI-rubricering:
Beschikbaarheid:
Integriteit:
Vertrouwelijkheid:
Systeemvenster:
Servicevenster:
Transactieresponstijd:
Interactieresponstijd:
Volumeontwikkeling:
Herstelbaarheid:
Herstelbaarheid bij calamiteiten:
Gegevensverlies:
Gegevensverlies bij calamiteiten:
Uitval:

Bedrijfsvolumes

Alle bedrijfsvolumes bestaan uit drie delen:
gemiddeld; max; piekperiode (bijvoorbeeld: 100; 10000; laatste 2 weken van maart)
Transacties/sec:
Transacties per jaar:
Concurrent transacties:
Gelijktijdig ingelogde gebruikers:
Geregistreerde gebruikers:
Bandbreedte (Mbps):

Vrije tekst

Annuleren

Bewerk concept zonder invoercontrole

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Weergaven
Handelingen
Hoofdscherm ROSA 2.0
Overzichten
Contentmanagement
Functioneel beheer
Hulpmiddelen